De Ilex crenata is erg populair bij tuinbezitters in ons land. Dat komt omdat deze plant zeer geschikt is voor het vormen van lage hagen en het veel weg heeft van de buxus. Helaas kampt de buxus met aantasting door de buxusmot- en rups waardoor zo’n haagje vaak niet in leven blijft.
De Ilex is tegen deze aanvreting resistent waardoor het prima als buxusvervanger kan dienen. Het is net als de buxus winterhard waardoor u altijd van een groene haag kunt genieten. Ook is de Ilex op iedere standplaats aan te planten en stelt het weinig eisen aan verzorging. Net als de buxus houdt u een Ilex haag laag door het te snoeien.
Ilex crenata is de Latijnse benaming voor Japanse hulst. De naam crenata, wat gekarteld betekent, is ietwat misleidend. Want waar gewone hulst zoals wij dat kennen gekartelde, stekelige bladeren heeft is dat bij de Ilex crenata niet het geval. Sterker nog, bij de meeste Japanse hulstsoorten is er überhaupt geen gekartelde rand. Prikken doen de ovaalvormige bladeren dan ook niet.
De Ilex crenata kent vele verschillende soorten, waarvan de Green Hedge de meeste uiterlijke gelijkenissen met de buxus vertoont. Het heeft glanzend groene blaadjes en kent een dichte, compacte groeivorm. Ook de Ilex ‘Dark Green’ heeft een compacte groeivorm maar is, zoals de naam al aangeeft, donkergroene bladeren. De Ilex ‘maximowicziana Kanehirae’ heeft ook donkergroene, spitse bladeren en is de snelst groeiende Japanse hulstsoort. Tot slot is er nog de ‘Caroline Upright’. De bladeren hiervan hebben een wat bollere vorm en het heeft een opgaande groeivorm.
De conclusie is eigenlijk dat ieder Ilex crenata soort geschikt is voor het creëren van lage hagen. Het ligt er dus maar net aan welke uiterlijke kenmerken u van de verschillende soorten het meeste aanspreken. Om de haag laag en in vorm te houden wordt aanbevolen deze in ieder geval 2x per jaar te snoeien op de gewenste hoogte en breedte. Doe dit in de maanden mei t/m september en werk het eventueel tussentijds nog een beetje bij. Bij een droge periode, na het aanplanten en snoeibeurten voorziet u de Ilex van extra water.
De Euonymus japonicus leent zich uitstekend om aan te planten als laagblijvende haag of om vakken op te vullen in zogenaamde tuinkamers. De Japanse Kardinaalsmuts, de Nederlandse benaming voor deze plant, is herkenbaar aan de glanzend donkergroene bladeren die licht gekarteld zijn. Het kent een opgaande groeivorm, is winterhard en kan op iedere standplaats worden aangeplant. Wanneer u ze aankoopt zijn ze nog klein van stuk, maar u wilt natuurlijk dat ze snel mogelijk tot volwaardige planten uitgroeien. Daarom een aantal tips om de Euonymus japonicus sneller te laten groeien.
Alhoewel de Euonymus japonicus op iedere standplaats kan worden aangeplant zal het sneller groeien als het een halfschaduw plek krijgt. Nog beter is het om de Japanse kardinaalsmuts in de volle zon te plaatsen, dat zal een snellere groei al helemaal stimuleren.
Een goede groei begint met bemesting. Breng ieder voorjaar organische mestkorrels rondom de Euonymus japonicus planten aan. Hieruit halen ze de benodigde voedingsstoffen. In het najaar kan dit nogmaals herhaald worden, maar dan met een mindere hoeveelheid. Want net als dat dat voor veel dingen geldt: te vaak en te veel is nooit goed.
De Euonymus japonicus houdt niet van natte voeten. Dat betekent dat de bodem waarin het wordt aangeplant goed doorlatend moet zijn zodat het water voldoende weg kan. Spit de grond daarom om voordat u de planten in de grond zet en breng wat aanplantgrond aan in het uitgegraven gedeelte. Vermeng dit ook met de uitgegraven grond en de Euonymus japonicus zal dit belonen door snel te gaan groeien.
Ook al is het niet goed dat de Euonymus japonicus te nat wordt, toch is het belangrijk dat het voldoende water krijgt. Vooral na het aanplanten en tijdens droge periodes heeft het vocht nodig zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen. Niet alleen is het door de regelmatige bewatering beter bestand tegen droogte, het bevordert ook de groei van de Euonymus japonicus.
De laatste tip om snelle groei te bevorderen is de Euonymus japonicus jaarlijks tweemaal te snoeien. Doe dit in het voorjaar en herhaal dit na de zomer. Door de jonge scheuten te snoeien krijgt de Japanse kardinaalsmuts een extra stimulans voor een groeispurt.
Wie een veranda uitzoekt, vergelijkt vooral op het zicht: de kleur van het frame, glazen schuifwanden, spots in de balken. Het dak zelf komt er meestal bekaaid af, terwijl dat het onderdeel is dat het weer opvangt en dus bepaalt hoe lang het geheel meegaat.
Een verandadak is in vrijwel alle gevallen een plat dak met een licht afschot. Daarmee gelden er dezelfde regels als voor een dakkapel of een aanbouw: het water moet weg, de naden moeten dicht, en de constructie moet de belasting van water en sneeuw aankunnen.
De meest voorkomende oorzaak van problemen is te weinig afschot. Blijft er water staan, dan werkt dat op twee manieren tegen je. Het gewicht van een laag water van een centimeter over enkele vierkante meters is aanzienlijk, waardoor de constructie iets doorbuigt en er nog meer water blijft staan.
Daarnaast versnelt stilstaand water de veroudering van de dakbedekking. Vuil en bladeren blijven erin liggen, algen krijgen kans en de toplaag verweert sneller dan op een deel waar het water direct wegloopt.
Reken daarom op minimaal zestien millimeter per meter afschot, en controleer dat na oplevering met water in plaats van met een waterpas. De plek waar water blijft staan is niet altijd de plek die het laagst lijkt.
Het tweede zwakke punt zit bij de aansluiting op de gevel. Daar hoort de dakbedekking voldoende hoog te worden opgezet en afgedekt met een kraal of een loodslabbe, niet afgewerkt met kit. Kit is een reparatie en geen detail; hij droogt uit en scheurt binnen enkele jaren.
Bij verlichting in het dak komen er doorvoeren bij. Elke doorvoer is een potentieel lek en hoort met een manchet ingewerkt te worden. Wie later spots wil bijplaatsen, doet er verstandig aan de bekabeling meteen bij de bouw mee te nemen.
Bij een open veranda heeft isolatie weinig zin. Zodra er glazen wanden bij komen en de ruimte in het voor- en naseizoen gebruikt wordt, verandert dat. Een ongeisoleerd plat dak zorgt dan voor twee dingen: koude straling in het najaar en een broeikas in de zomer.
Isolatie onder de dakbedekking dempt bovendien de temperatuurwisselingen in het dakpakket zelf. Dat effect komt in geen enkele berekening voor, maar het is de reden dat een geisoleerd plat dak in de praktijk langer meegaat dan een ongeisoleerd exemplaar. De mogelijkheden staan op dendekker-dakbedekking.nl.
Bitumen gaat afhankelijk van kwaliteit en ligging ruwweg twintig tot dertig jaar mee. Wie in die periode zit en scheurtjes, blaasvorming of plassen ziet staan, doet er verstandig aan vervanging en isolatie in een keer te laten uitvoeren in plaats van twee keer het dak op te gaan. Wat daarbij komt kijken staat bij Den Dekker Dakbedekking.